Alles klaar.
Dan koken.
Sappige saté met een licht rokerige grillsmaak, een kruidige marinade en romige pindasaus blijft één van de mooiste gerechten uit de Indonesische keuken. Deze Indonesische saté van kippendij krijgt extra veel diepte door kemirienoten, ketjap manis, knoflook en een korte marinade waardoor het vlees heerlijk mals blijft.
Lees het recept eenmaal helemaal door, zet alles afgewogen klaar en neem de tijd voor de momenten waarop kleur, temperatuur en rust het verschil maken.
6 heldere stappen
- 01Stap 1
Snijd de kippendij in grove stukken zodat het vlees sappig blijft tijdens het grillen.
- 02Stap 2
Maal de knoflook en kemirienoten fijn tot een pasta en meng dit samen met ketjap manis, sambal, limoensap, suiker, olie en kruiden door de kip. Laat de kip minimaal één uur marineren, maar het liefst een hele nacht in de koelkast. Hierdoor trekken de smaken diep in het vlees.
- 03Stap 3
Rijg de gemarineerde kip aan satéprikkers en grill de saté vervolgens op hoge temperatuur goudbruin en licht gekaramelliseerd.
- 04Stap 4
Op een kamado of houtskool BBQ krijgt de saté extra veel smaak door het vuur en de rook. Draai de spiesjes regelmatig zodat de buitenkant mooi glanst zonder dat de ketjap verbrandt.
- 05Stap 5
Verwarm ondertussen de kokosmelk in een steelpan en voeg de pindakaas, ketjap en sambal toe. Roer rustig tot een gladde saus ontstaat en maak af met een klein beetje limoensap voor extra frisheid.
- 06Stap 6
Serveer de saté direct met warme pindasaus, krokante uitjes, verse koriander en frisse atjar.
Proef tussendoor, werk met rustige hitte en maak het gerecht pas op het laatste moment definitief op smaak.

