Alles klaar.
Dan koken.
Bananenpannenkoeken met havermout zijn zo’n ontbijt waar je meteen blij van wordt. Warm uit de pan, zacht van binnen en licht goudbruin aan de buitenkant. De rijpe banaan geeft een natuurlijke zoetheid, terwijl de havermout zorgt voor een fijne bite en een voedzaam gevoel.
Lees het recept eenmaal helemaal door, zet alles afgewogen klaar en neem de tijd voor de momenten waarop kleur, temperatuur en rust het verschil maken.
7 heldere stappen
- 01Stap 1
1. Prak de bananen — Pel de bananen en doe ze in een mengkom. Prak ze fijn met een vork tot een zachte massa. Gebruik het liefst rijpe bananen met bruine spikkels op de schil. Die geven de meeste smaak en natuurlijke zoetheid.
- 02Stap 2
2. Meng het beslag — Voeg de eieren, havermout, bakpoeder en een snufje zout toe. Mix alles met een staafmixer of blender tot een glad beslag. Wil je iets meer structuur? Mix dan iets korter, zodat de havermout nog een beetje zichtbaar blijft.
- 03Stap 3
3. Laat het beslag even rusten — Laat het beslag ongeveer 5 minuten staan. De havermout neemt dan wat vocht op. Hierdoor wordt het beslag iets dikker en blijven de pannenkoekjes mooier in vorm tijdens het bakken.
- 04Stap 4
4. Verwarm de pan rustig — Zet een koekenpan op middelhoog vuur en voeg een klein beetje boter of olie toe. Laat de pan goed warm worden, maar niet te heet. Bananenpannenkoeken bakken het mooist als ze rustig de tijd krijgen.
- 05Stap 5
5. Bak kleine pannenkoekjes — Schep kleine hoopjes beslag in de pan. Maak de pannenkoekjes niet te groot, want dan zijn ze makkelijker om te draaien. Bak ze ongeveer 2 tot 3 minuten aan één kant, tot de onderkant goudbruin is.
- 06Stap 6
6. Draai voorzichtig om — Wacht tot de bovenkant iets steviger wordt en er kleine luchtbelletjes ontstaan. Draai de pannenkoekjes daarna voorzichtig om met een spatel. Bak ook de andere kant goudbruin en gaar.
- 07Stap 7
7. Maak het bord af — Stapel de warme bananenpannenkoeken op een bord. Werk ze af met yoghurt, vers fruit, honing, noten en een snufje kaneel. Serveer ze direct, want warm zijn ze het allerlekkerst.
Proef tussendoor, werk met rustige hitte en maak het gerecht pas op het laatste moment definitief op smaak.

