Een beetje rommelig.
Precies goed.
Opgeklopt eiwit maakt het beslag luchtig. Daarna bak je het rustig in boter, scheur je het in stukken en laat je die stukjes nog even karamelliseren.
Zo krijg je zachte stukken vanbinnen en krokante randjes vanbuiten. Warme kersen brengen frisheid en maken dit een schaal waar iedereen meteen van wil opscheppen.
Luchtig, scheuren, karamelliseren
- 01Warme kersen
Verwarm kersen, kersensap, suiker en citroen rustig. Roer de maizena los met koud water en laat kort meepruttelen. De saus mag soepel blijven zodat hij over het gerecht loopt.
- 02Maak het beslag
Splits de eieren. Klop de dooiers met melk, suiker, vanillesuiker, citroenrasp en zout. Voeg bloem toe en roer tot een glad beslag dat iets dikker is dan pannenkoekenbeslag.
- 03Spatel lucht erin
Klop de eiwitten stevig en spatel ze voorzichtig door het beslag. Niet hard roeren: juist die lucht maakt de Kaiserschmarrn zacht. Voeg eventueel uitgelekte rozijnen toe.
- 04Bak rustig
Smelt een flinke klont boter in een grote koekenpan op laag tot middelhoog vuur. Giet het beslag erin en laat 6–8 minuten rustig garen.
- 05Scheur en karamelliseer
Verdeel de dikke pannenkoek met twee spatels in grove stukken. Draai om, voeg een beetje boter en eventueel extra suiker toe en bak de randjes goudbruin.
- 06Serveer meteen
Schep op een grote schaal of warme borden, bestuif royaal met poedersuiker en geef de warme kersen erbij.
Het hoeft niet perfect. Juist het scheuren en los bakken geeft ieder stukje een andere combinatie van zacht en krokant.

